Philip Kohnstamm leeft voort in onderwijs en onderzoek

 

Honderd jaar geleden accepteerde prof. dr. Philip Kohnstamm het ambt van bijzonder hoogleraar in de pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Dat herdenken we met een symposium (29 maart 2019), een themanummer van Pedagogische Studiën en de publicatie ‘Een eeuw Kohnstamm Instituut’. Sjoerd Karsten beschrijft in deze publicatie hoe op Kohnstamms gedachtengoed en werk is voortgebouwd en de rol die Amsterdamse researchinstituten op het gebied van onderwijs en opvoeding daarbij hebben gespeeld en spelen.

 

Philip Kohnstamm, hoogleraar en directeur van het Nutsseminarium

Precies honderd jaar geleden accepteerde prof. dr. Philip Kohnstamm het ambt van bijzonder hoogleraar in de pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. In datzelfde jaar werd ook het Nutsseminarium voor Pedagogiek opgericht; de pasbenoemde hoogleraar Pedagogiek Philip Kohnstamm wordt directeur van dit nieuwe instituut. Vele onderwerpen heeft hij sinds die tijd op de agenda gezet en onderbouwd met empirisch onderzoek, vooral onderwijskundig onderzoek. Is er veel veranderd ten opzichte van de tijd waarin Kohnstamm zelf naam maakte? Wat is er zoal onderzocht en welke betekenis heeft het onderzoek van het Kohnstamm Instituut en zijn voorlopers gehad voor het debat in het onderwijs? Deze vragen worden beantwoord in Een eeuw Kohnstamm Instituut.

 

Maatwerk voor iedere leerling

Een belangrijke kwestie waar het Nutsseminarium zich in het begin van zijn bestaan op verzoek van de Amsterdamse wethouder Onderwijs over boog, was het aansluitingsvraagstuk in het onderwijs. Daarbij ging het in de ogen van Kohnstamm niet alleen om het verbeteren van de selectie -elke leerling op de juiste school-, maar ook om de vraag hoe het onderwijs beter kon worden afgestemd op de behoeften van elke leerling. Na de Tweede Wereldoorlog neemt de aandacht voor de sociale ongelijkheid in het onderwijs toe; onderzoek laat zien dat er iets aan de school moet veranderen om de kansen van arbeiderskinderen te verbeteren. Onderzoekers van het Nutsseminarium spannen zich in om dit debat te voeden, onder andere met good practices in het buitenland.

 

Twee Amsterdamse instituten voor onderwijsonderzoek

Het in 1957 opgerichte Research Instituut voor de Toegepaste Psychologie (RITP) legt de focus op onderzoek naar de vroegtijdige selectie in het Nederlandse onderwijs en onderzoekt mogelijkheden om te komen tot een betere selectie. De ontwikkelde ‘Amsterdamse Schooltoetsen’ die in 1967 tot stand komen, worden al snel in vele gemeenten van het land gebruikt en vormen de basis van de latere eindtoets basisonderwijs van het CITO. De toets is door de onderzoekers vooral bedoeld als verbeterde advisering aan de ouders, een middel om een ‘reserve’ aan intellect op te sporen, analyse van de stand van het onderwijs en stimulans tot verbetering van het onderwijs.

 

In 1969 wordt de onderzoeksafdeling van het Nutsseminarium formeel losgekoppeld van de opleidingskant van het instituut. Het onderzoek wordt voortgezet in het Kohnstamm Instituut voor onderwijsresearch waar vooral de ontwikkeling van lesprogramma’s, speelleerprogramma’s voor het kleuteronderwijs, en onderzoek naar kunstzinnige vorming en schriftelijk onderwijs ter hand worden genomen. Na de voltooiing van een ‘Proeve van een leerplan van het basisonderwijs’ door het onderzoeksinstituut wordt deze ontwikkelactiviteit overgeheveld naar een aparte instelling, de Stichting voor Leerplan Ontwikkeling (SLO) in Enschede.

 

In 1980 fuseren beide instituten en gaan onder de naam Stichting Centrum voor Onderwijsonderzoek (SCO) verder. De doelstelling van dit nieuwe centrum is om door middel van onderzoek bij te dragen aan de kennis en verbetering van het onderwijs en andere educatieve voorzieningen.

 

Nieuwe organisatievormen, nieuwe thema’s, eenzelfde missie

De organisatie van het instituut verandert regelmatig, eerst van een stichting naar een universitair onderzoeksinstituut in 1992. In 2009 wordt het toegepaste onderzoek ondergebracht in een besloten vennootschap bij de Holding van de Universiteit van Amsterdam en verandert het instituut zijn naam (weer) in Kohnstamm Instituut. Ook komen nieuwe thema’s op de agenda, de onderzoeksprogrammering wordt sterk ingegeven door wat de overheid als belangrijke beleidsprogramma’s en problemen ziet. Opvallend is dat veel kwesties die Kohnstamm destijds aankaartte, nog steeds, zij het soms in wat andere vorm, op de agenda staan. Een belangrijke trend is dat het onderzoek van het instituut dichter bij de praktijk komt te staan; de toepasbaarheid van onderzoeksbevindingen gaat een sterkere rol spelen bij de programmering van het onderwijsonderzoek. Een ontwikkeling die goed aansluit bij missie van het instituut: ‘Relevantie van onderzoek voor praktijk en beleid vinden wij erg belangrijk. Het bevorderen van kansen voor kinderen en jongeren zien wij als onze opdracht, evenals het bevorderen van de kwaliteit van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp.’

 

 

Meer info

 

Contactpersoon

 

Zie ook