Gastouderopvang in West-Europese landen
Een inventarisatie van best practices voor organisatie, toezicht, handhaving en kwaliteit in zes West-Europese landen
Een inventarisatie van best practices voor organisatie, toezicht, handhaving en kwaliteit in zes West-Europese landen
Boogaard, M., Bollen, I., & Dikkers, A.L.C. (2014).
RAPPORT: 922 ISBN: 978-90-6813-979-2
Hoe kan het Nederlandse gastouderbeleid verbeterd worden en kunnen we hiervoor iets leren van andere West-Europese landen? Dat was de achterliggende gedachte van het inventarisatieonderzoek dat het Kohnstamm Instituut uitvoerde in opdracht van de directie Kinderopvang van SZW. De volgende zes landen zijn in dit onderzoek betrokken: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.
In opdracht van de directie Kinderopvang van SZW is een inventarisatiestudie uitgevoerd naar de gastouderopvang in zes West-Europese landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.
Door middel van zowel desktop research als interviews met lokale experts is geprobeerd een beeld te krijgen van de organisatie van gastouderopvang in andere Europese landen. Daarvoor zijn drie beleidsthema’s gekozen: veiligheid, voorkomen van fraude en pedagogische kwaliteit. Een belangrijke bevinding is dat de organisatie van de gastouderopvang in Nederland op een aantal punten voorop loopt, vergeleken bij die in andere landen.
In vergelijking met een aantal andere landen zijn er in Nederland bijvoorbeeld relatief veel waarborgen voor de veiligheid van kinderen. De regelgeving is helder en modern, de centrale organisatie en continue screening bieden controle op personen die werkzaam zijn in de kinderopvang en hun huisgenoten, en er is sprake van gescheiden taken als het gaat om controle enerzijds (door de GGD) en begeleiding (door het gastouderbureau) anderzijds. Daar staat wel tegenover dat het feitelijke toezicht via controles bij individuele gastouders via regelmatige en onaangekondigde huisbezoeken tijdrovend en kostbaar is.
Van de zes onderzochte landen blijkt alleen België (net als Nederland) opleidingseisen te stellen aan gastouders die passen binnen het formele onderwijssysteem. Met een maximum van zes kinderen die tegelijkertijd mogen worden opgevangen, bevindt Nederland zich in een middenpositie: in België is dat maximum vastgesteld op acht kinderen, in Frankrijk gaat het om twee tot vier kinderen. Overigens is dit maximum overal gerelateerd aan extra criteria zoals de beschikbare ruimte, de leeftijd van de kinderen en de aanwezigheid van eigen kinderen van de gastouder.
In sommige landen is het mogelijk dat meerdere gastouders gezamenlijk kinderen opvangen. Dat doorbreekt het isolement waarbinnen gastouders veelal hun werk doen. Ook komen gastouders in sommige landen samen om activiteiten met alle kinderen te ondernemen en vangen zij elkaars kinderen op bij ziekte. Dat is een praktijk die in Nederland (nog) niet gebruikelijk is.
Eerdere publicatie over gastouders: Pedagogisch kader gastouderopvang (2013). Amsterdam: Reed Business. auteurs: Marianne Boogaard, Josette Hoex, Maartje van Daalen en Mirjam Gevers.
Contactpersoon: Marianne Boogaard, mboogaard@kohnstamm.uva.nl
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.