Daltoncompetenties voor leerlingen in het VO
Kortlopend Onderwijsonderzoek in opdracht van de Nederlandse Daltonvereniging
Kortlopend Onderwijsonderzoek in opdracht van de Nederlandse Daltonvereniging
Boogaard, M., Daalen, M. van, m.m.v. Bollen I. (2013).
RAPPORT: 908 ISBN: 978-90-6813-968-6
Daltonscholen voor VO gebruiken kansrijke didactische middelen voor het stimuleren van competenties als samenwerken, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Het monitoren van de groei van die daltoncompetenties bij leerlingen is in ontwikkeling.
In opdracht van de Nederlandse Daltonvereniging (NDV) is in het kader van het programma Kortlopend Onderwijsonderzoek 2013 op acht daltonscholen VO onderzocht hoe er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van de klassieke daltoncompetenties voor leerlingen: zelfstandigheid, samenwerken en verantwoordelijkheid. Er is een beknopte literatuurstudie gedaan, en er zijn uitgebreide interviews gehouden op acht dalton-VO-scholen, waarin we spraken met schoolleiders, daltoncoördinatoren, docenten en mentoren, én leerlingen. We vroegen: Waaraan merk je dat dit een daltonschool is? Hoe wordt de ontwikkeling van competenties bevorderd? Hoe volgt de school de groei van leerlingen op die competenties? Kun je de meerwaarde van het daltononderwijs uitdrukken in een daltoncertificaat bij het diploma?
Leerlingen hebben niet alleen kennis en vaardigheden in de schoolvakken nodig, maar moeten zich ook persoonlijk en sociaal kunnen ontwikkelen tot ‘mensen zonder vrees.’ Dat is de visie van het daltononderwijs. Daltonscholen beogen bij leerlingen competenties te bevorderen zoals: zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en samenwerken. Maar hoe doen zij dat precies? Is er ook (voldoende) zicht op de ontwikkeling van die ‘daltoncompetenties’? En: wat zijn kansrijke didactische middelen?
Op alle acht de scholen (representatief voor de 24 Nederlandse dalton VO-scholen) wordt met een diversiteit aan kansrijke didactische middelen bijgedragen aan de ontwikkeling van de drie klassieke daltoncompetenties: zelfstandigheid, samenwerken en vrijheid in gebondenheid (verantwoordelijkheid). Ook volgen alle scholen, in zekere mate, de competentieontwikkeling van hun leerlingen. De ‘rubrics’ die de Regio-VO van de NDV voor dat doel ontwikkelde, spelen in die monitoring (nu) nog slechts een beperkte rol. Maar op de meeste scholen ziet men zeker het nut in van de ‘rubrics’ voor het stimuleren van (zelf)reflectie bij leerlingen, een kernactiviteit in de competentieontwikkeling.
In het onderzoek is ook gekeken naar wat bekend is uit de literatuur over kansrijke didactische middelen voor competentieontwikkeling. Vervolgens is nagegaan welke van die middelen herkenbaar zijn in de aanpak van de scholen. Scholen kunnen met deze inventarisatie desgewenst hun voordeel doen door de positieve elementen te versterken en de eventuele knelpunten op te lossen.
Het onderzoek als geheel laat zien dat de onderzochte scholen enthousiast, dynamisch en doordacht werken aan de verdere ontwikkeling van het daltononderwijs. Ze werken hard aan de ontwikkeling van de daltoncompetenties van hun leerlingen, gebruiken daarbij heel wat elementen van kansrijke didactische middelen, en volgen de competentieontwikkeling van hun leerlingen tot op zekere hoogte. De ‘rubrics’ spelen daar tot nu toe een bescheiden rol in.
Dit onderzoek is gefinancierd uit het budget dat het ministerie van OCW jaarlijks beschikbaar stelt aan de LPC ten behoeve van Kortlopend Onderwijsonderzoek dat uitgevoerd wordt op verzoek van het onderwijsveld.
Contactpersoon: Marianne Boogaard, mboogaard@kohnstamm.uva.nl
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.