Impact van de Commissie Dijsselbloem op onderwijsbeleid
Studie voor de Onderwijsraad; verkorte versie
Studie voor de Onderwijsraad; verkorte versie
Ledoux, G., Eck, E. van, Heemskerk I.M.C.C., Veen, A., Sligte, H., m.m.v. Dikkers, A.L.C. en Bollen, I. (2014).
RAPPORT: 921 ISBN: 978-90-6813-981-5
In 2008 publiceerde de Commissie Dijsselbloem haar kritische rapport over hoe de overheid beleid heeft gevoerd ten aanzien van enkele grote onderwijsvernieuwingen. Veel moest anders, volgens de Commissie, en ze stelde een groot aantal aanbevelingen op. Wat is daar, nu zes jaar later, van terecht gekomen? Is de wijze van beleidsvoering en beleidsontwikkeling veranderd? Het Kohnstamm Instituut zocht dit uit voor de Onderwijsraad, voor acht verschillende beleidsonderwerpen. De conclusie: de impact van het werk van de Commissie is hooguit bescheiden…….
Het rapport van de Commissie trok destijds veel aandacht. Dat was ook het geval in de Tweede Kamer, waar het vooral kort na verschijnen in debatten vaak werd aangehaald. Thema’s als draagvlak voor vernieuwingen in het onderwijsveld, het onderscheid tussen ‘wat en ‘hoe’ in de rol van de overheid, aandacht voor implementatie en de wenselijkheid van meer evidence based beleid kwamen regelmatig langs. Maar van een systematische doordenking en toetsing van nieuw beleid in het licht van de aanbevelingen van de Commissie is bijna nooit sprake. Er is vooral veel lippendienst aan het rapport bewezen, zo blijkt uit de studie Impact van de Commissie Dijsselbloem op onderwijsbeleid van het Kohnstamm Instituut die is uitgevoerd in opdracht van de Onderwijsraad ter onderbouwing van het advies ‘Onderwijspolitiek na de commissie Dijsselbloem’. De studie bestaat uit analyse van beleids- en andere documenten over de onderwerpen voor- en vroegschoolse educatie, lerarenbeleid, voortijdig schoolverlaten, toezichtbeleid, onderwijstijd, burgerschap en sociale integratie, kwaliteitsbeleid en passend onderwijs. Ook zijn over deze onderwerpen interviews met sleutelpersonen gehouden.
Sinds ‘Dijsselbloem’ is het wel gebruikelijker geworden om veldraadplegingen te houden over nieuw beleid, al is niet altijd zichtbaar wat daar vervolgens mee gedaan is. Een enkele keer zijn experts van buiten gevraagd om nieuw beleid door te lichten en soms zet de overheid eigen implementatiecapaciteit in. Ook laat het ministerie van OCW vrij veel onderzoek doen ten dienste van de beleidsvoering, zij het overwegend ad hoc en niet vanuit een onderzoeksprogramma. Verder worden zelden meer stelselwijzigingen bepleit. Passend onderwijs is hierop een uitzondering.
De onderzoekers zien twee hoofdoorzaken voor de geringe impact van het werk van de Commissie. De eerste is de werking van de politiek, die gericht is op de korte termijn, op snel en zichtbaar ‘scoren’, op reageren op publieks- en persgeluiden en op herkenbaarheid voor de eigen achterban. Systematiek, consistentie, bedachtzaamheid en de tijd nemen (bijvoorbeeld voor pilots en experimenten voorafgaand aan invoering van nieuw beleid) staan hiermee op gespannen voet. De beleidsontwikkeling heeft hierdoor een minder rationeel karakter dan de Commissie heeft bepleit. Verder staan politici ambivalent tegenover autonomie van professionals in het onderwijs. Er wordt graag beleden dat men vrijheid wil geven aan het onderwijsveld en dat sprake moet zijn van vernieuwing ‘van onderop’, maar er is ook weer de neiging tot regelen van bovenaf als men vindt dat processen te langzaam gaan of niet in de gewenste richting.
De tweede oorzaak is dat de aanbevelingen van de Commissie niet allemaal goed uitvoerbaar zijn. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het door de Commissie bepleite onderscheid tussen ‘wat’ en ‘hoe’.
Naast deze versie is een integrale versie beschikbaar als pdf. Deze bevat integrale beschrijvingen van de analyses van de beleidsontwikkeling en –discussies van de acht beleidsdossiers als ook een overzicht van de gebruikte documenten.
Voor diegenen die specifiek geïnteresseerd zijn in de analyse van het beleid op een van de onderzochte beleidsterreinen, hebben we acht deelrapporten samengesteld.
Het advies van de Onderwijsraad, getiteld Onderwijspolitiek na de commissie Dijsselbloem is beschikbaar via de website van de Onderwijsraad. http://www.onderwijsraad.nl/
Impact van de Commissie Dijsselbloem op onderwijsbeleid. Studie voor de Onderwijsraad; integrale versie.
Ledoux, G., Eck, E. van, Heemskerk I.M.C.C., Veen, A., Sligte, H., m.m.v. Dikkers, A.L.C. en Bollen, I.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het VVE-beleid
Veen, A., m.m.v. Bollen, I.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het lerarenbeleid
Eck, E. van, m.m.v. Bollen, I.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het vsv-beleid
Sligte, H., m.m.v. Dikkers, A.L.C.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het toezichtbeleid
Ledoux, G., m.m.v. Dikkers, A.L.C.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het beleid ten aanzien van onderwijstijd
Heemskerk I.M.C.C., m.m.v. Bollen, I.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het beleid ten aanzien van burgerschap
Ledoux, G.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het kwaliteitsbeleid
Ledoux, G., Heemskerk I.M.C.C., m.m.v. Dikkers, A.L.C.
Impact van de Commissie Dijsselbloem op het beleid ten aanzien van Passend onderwijs
Ledoux, G., m.m.v. Dikkers, A.L.C.
Contactpersoon: Guuske Ledoux: gledoux@kohnstamm.uva.nl
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.