Bevordering van motivatie bij leerlingen in VWO-plus arrangementen of excellentieprogramma’s in het VO
Onderzoek naar effecten van motivatieprogramma’s
Onderzoek naar effecten van motivatieprogramma’s
Om gebrek aan motivatie tegen te gaan en onderpresteren door hoogbegaafde leerlingen te voorkomen werd een interventie ontworpen en in leerjaar 2 van het vwo uitgeprobeerd. Meer motivatie en betere leerprestaties door stimulering van autonomie en gerichtheid op het leerproces werden niet aangetoond.
Hoogbegaafde leerlingen hebben vaak motivatieproblemen op school en dat leidt soms tot onderpresteren. Om dit te voorkomen werd een motivatie-bevorderende interventie voor stimulering van autonomie en gerichtheid op het leerproces ontworpen voor het vwo.
Input voor de interventie vormden de zelfdeterminatietheorie en de doeloriëntatietheorie over motivatie. Ingrediënten van de interventie waren stimulering van de autonomie van de leerling en gerichtheid op het leerproces. Docenten werden hiervoor getraind door een onderwijskundige van het KPC op onder meer: voorbeelden geven van goede leerstrategieën, betekenisvolle opdrachten geven, feedback geven op het leerproces, voorkomen van sociale vergelijking op prestaties. De interventie werd nader aangepast op basis van het type motivatie dat de leerling kenmerkte.
Het effect van de interventie op motivatie (gemeten met Leermotivatietest en empowermentvragenlijst) en leerprestaties (eindrapportcijfer voor Nederlands, Engels en wiskunde) werd onderzocht door vergelijking van tweede klas vwo-plus leerlingen met leerlingen in regulier vwo en met vwo-plus leerlingen die geen motivatie-bevorderende interventie kregen. Effecten werden niet gevonden. Maar docenten die de interventie na training uitvoerden, hadden wel de indruk dat de interventie een positief effect had op de motivatie. Voor deze discrepantie zijn in het rapport verschillende mogelijke verklaringen gegeven. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van NRO.
Contactpersoon Joost Meijer telefoon 020-5251308
Om gebrek aan motivatie tegen te gaan en onderpresteren door hoogbegaafde leerlingen te voorkomen werd een interventie ontworpen en in leerjaar 2 van het vwo uitgeprobeerd. Meer motivatie en betere leerprestaties door stimulering van autonomie en gerichtheid op het leerproces werden niet aangetoond.
Hoogbegaafde leerlingen hebben vaak motivatieproblemen op school en dat leidt soms tot onderpresteren. Om dit te voorkomen werd een motivatie-bevorderende interventie voor stimulering van autonomie en gerichtheid op het leerproces ontworpen voor het vwo.
Input voor de interventie vormden de zelfdeterminatietheorie en de doeloriëntatietheorie over motivatie. Ingrediënten van de interventie waren stimulering van de autonomie van de leerling en gerichtheid op het leerproces. Docenten werden hiervoor getraind door een onderwijskundige van het KPC op onder meer: voorbeelden geven van goede leerstrategieën, betekenisvolle opdrachten geven, feedback geven op het leerproces, voorkomen van sociale vergelijking op prestaties. De interventie werd nader aangepast op basis van het type motivatie dat de leerling kenmerkte.
Het effect van de interventie op motivatie (gemeten met Leermotivatietest en empowermentvragenlijst) en leerprestaties (eindrapportcijfer voor Nederlands, Engels en wiskunde) werd onderzocht door vergelijking van tweede klas vwo-plus leerlingen met leerlingen in regulier vwo en met vwo-plus leerlingen die geen motivatie-bevorderende interventie kregen. Effecten werden niet gevonden. Maar docenten die de interventie na training uitvoerden, hadden wel de indruk dat de interventie een positief effect had op de motivatie. Voor deze discrepantie zijn in het rapport verschillende mogelijke verklaringen gegeven. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van NRO.
Contactpersoon Joost Meijer telefoon 020-5251308
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.