Monitor medezeggenschap in het mbo 2025
Facilitering van de medezeggenschap en de samenwerking binnen de governancedriehoek
Facilitering van de medezeggenschap en de samenwerking binnen de governancedriehoek
Conijn, J.M., Van der Sluis, M. & Van Griensven, L. (2026)
RAPPORT: 1157 ISBN: 978-94-6321-219-9
De medezeggenschap in het mbo bestaat voornamelijk uit twee organen: de studentenraad en de ondernemingsraad. Samen met de Raad van Toezicht (RvT) en het College van Bestuur (CvB) vormen zij de governancedriehoek binnen mbo-instellingen.
Om de medezeggenschap in het mbo te versterken, presenteerde oud-minister van OCW Robbert Dijkgraaf in 2023 verschillende maatregelen. Eén daarvan is de tweejaarlijkse Monitor Medezeggenschap mbo. In opdracht van het Ministerie van OCW voerde Kohnstamm Instituut in 2025, samen met de TIAS School for Business and Society, de eerste meting van deze monitor uit.
Het onderzoek had de volgende hoofdvragen:
Het onderzoek bestond uit documentenanalyse, enquêtes onder ondernemings- en studentenraden, en verdiepende focusgroepen.
De ruime meerderheid van ondernemings- en studentenraden is tevreden over de regelmaat van contact met het CvB. Over de regelmaat van het contact met de RvT is de tevredenheid bij de ondernemingsraden iets minder groot, maar toch is het overgrote deel van de raden hier tenminste deels tevreden over. In de focusgroepen komt aanvullend naar voren dat er ondernemingsraden zijn die apart overleg hebben met de RvT zonder aanwezigheid van het CvB, maar dat dit niet overal gebeurt. Een apart OR-RvT overleg wordt sterk gewaardeerd, want het kan ruimte geven om in een vroeg stadium signalen te bespreken en zorgen uit te wisselen.
Het onderlinge contact tussen ondernemings- en studentenraden wordt minder positief beoordeeld. Slechts een kleine groep is hier volledig tevreden over. Meer overleg tussen beide raden kan volgens de raadsleden leiden tot betere informatie-uitwisseling, meer begrip en een sterkere gezamenlijke positie.
De samenwerking met het CvB wordt door de meerderheid van zowel ondernemings- als studentenraden overwegend positief beoordeeld. Raden ervaren doorgaans ruimte om kritisch mee te denken. Ongeveer de helft van de ondernemingsraden ervaart ook dat zij dezelfde doelen nastreven als het CvB; een vijfde ervaart dit juist (helemaal) niet. Studentenraden voelen zich vaker op één lijn met het bestuur en zijn doorgaans positiever.
De samenwerking tussen en RvT wordt minder positief beoordeeld. Hoewel gesprekken vaak goed verlopen, voelt slechts ongeveer de helft van de ondernemingsraden zich daadwerkelijk gehoord. Dit wijst op ruimte voor verbetering in de relatie tussen medezeggenschap en intern toezicht.
Uit de focusgroepen blijkt verder dat bestuurders een sleutelrol spelen in het creëren van een cultuur van inspraak. Wanneer zij actief laten zien dat medezeggenschap belangrijk is en hiernaar handelen, versterkt dit de effectiviteit ervan. Informeel en laagdrempelig contact, evenals kleinere overlegvormen, dragen bovendien bij aan vertrouwen en openheid binnen de governancedriehoek.
Hoewel de meeste ondernemingsraden de samenwerking met het CvB positief ervaren, ervaart een minderheid ook daadwerkelijk voldoende invloed op bestuursbesluiten. Ook voelt slechts de helft zich een volwaardig klankbord. Bovendien komt naar voren dat de advies- en instemmingsrechten van OR’en niet altijd volledig worden benut. Dit benadrukt het belang van kennis en actief gebruik van wettelijke rechten.
Studentenraden zijn positiever over hun invloed op bestuursbesluiten: een ruime meerderheid voelt zich invloedrijk. Vrijwel alle studentenraadsleden ervaren hun rol als waardevol en leerzaam.
Binnen een ruime meerderheid van de ondernemings- en studentenraden wordt de beschikbaar gestelde tijd als voldoende ervaren, met name voor het uitoefenen van het advies- en instemmingsrecht. Tegelijkertijd bestaat er aanzienlijke variatie tussen instellingen in de vrijgestelde tijd voor het raadswerk. Ook komt uit de verdiepende focusgroepen naar voren dat onvoldoende tijd en ruimte het constructieve gesprek binnen de governancedriehoek sterk belemmeren. Waar wél voldoende tijd beschikbaar wordt gesteld, kan het bestuur rekenen op inhoudelijk sterke bijdragen en goed onderbouwde adviezen. Medezeggenschap die serieus wordt ondersteund, kan zich dus ontwikkelen tot een krachtig onderdeel van de organisatie.
Bij studentenraden is vrijwel altijd een raadsbegeleider aanwezig, wat helpt bij het begrijpen van complexe stukken en de kwaliteit van het overleg bevordert. Wel ontbreekt vaak de nodige ondersteuning bij het betrekken van de achterban. Minder dan de helft van de studentenraden vindt dat zij voldoende tijd hebben om studenten actief te raadplegen.
Alle studentenraden ontvangen een financiële vergoeding, maar de hoogte varieert sterk tussen mbo-instellingen. Hoewel de meeste raden de vergoeding voldoende vinden, roept de variatie vragen op over gelijkwaardigheid. Ook de vrijgestelde tijd voor het raadswerk verschilt sterk tussen instellingen. Ongeveer een kwart van de raden vindt hun financiële vergoeding, vrijgestelde tijd en/of aangeboden scholing onvoldoende.
Over het algemeen is het beeld positief: op veel mbo-instellingen functioneert de medezeggenschap goed en is de samenwerking binnen de governancedriehoek redelijk sterk. Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen tussen instellingen. Op de instellingen waar tijd, facilitering en/of een open overlegcultuur ontbreken, staat de effectiviteit onder druk. Versterking van de medezeggenschap vraagt daarom om blijvende investeringen in tijd, middelen en ondersteuning, een duidelijke overlegstructuur, beter gebruik van rechten, sterke achterbanbetrokkenheid en een cultuur waarin inspraak vanzelfsprekend is. Zo kan de medezeggenschap haar rol als volwaardige partner in het mbo duurzaam vervullen. Op basis van de belangrijkste knelpunten die in dit onderzoek naar voren komen, formuleren we in het eindrapport diverse aanbevelingen en concrete verbeteracties.
Conijn, J.M., Van der Sluis, M. & Van Griensven, L. (2026). Samen sta je sterker: monitor medezeggenschap in het mbo. Facilitering en de samenwerking binnen de governancedriehoek in 2025. Amstelveen: Kohnstamm Instituut. Rapport 1157.
Zie ook
Factsheet Medezeggenschap in het mbo
Contactpersoon
Judith Conijn
Samenwerkingspartners
JOBmbo
Platform Medezeggenschap MBO
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.