Stimuleren van onzichtbare talenten in het hoger onderwijs
Inzetten op talentontwikkeling door het benutten van buitenschoolse kennisbronnen van studenten
Inzetten op talentontwikkeling door het benutten van buitenschoolse kennisbronnen van studenten
Een belangrijke, niet te onderschatten, dimensie van een brede gelijke kansen aanpak is het stimuleren van talentontwikkeling. Talenten hebben betrekking op cognitieve vaardigheden, maar bijvoorbeeld ook op sociale, sportieve, creatieve, technische en emotionele vakvaardigheden. Aandacht hiervoor is in het hoger onderwijs beperkt. Onderzoekers van Kohnstamm Instituut en Hogeschool Inholland onderzochten hoe docenten deze zogenoemde buitenschoolse kennisbronnen kunnen herkennen en benutten. Docenten ontwikkelden samen met de onderzoekers handreikingen en kennisclips. Het onderzoek is gesubsidieerd door het Rengelinkfonds.
Het onderzoek richtte zich op de benadering Funds of Knowledge: een onderwijsbenadering waarin wordt uitgegaan van de waardevolle kennis, vaardigheden en ervaringen die studenten buiten de opleiding opdoen. Denk aan meertaligheid, ervaring met het zorgen voor familieleden, leidinggeven bij een sportvereniging, kennis van een wijk of gemeenschap, of vaardigheden die zijn opgedaan in werk of vrijwilligerswerk.
In het tweejarige project waren docenten binnen Inholland van Business Innovation Amsterdam, Rechten Rotterdam, Pabo Rotterdam en Social Work Den Haag betrokken. Onder begeleiding van onderzoekers ontwikkelden, verbeterden en evalueerden de docenten met behulp van ontwerpend onderzoek aanpakken om buitenschoolse kennisbronnen van studenten zichtbaar te maken en te benutten. In het eerste jaar reikten de onderzoekers vooral kennis en praktijkvoorbeelden aan om de docenten te inspireren en bewustwording op gang te brengen en deelden de docenten hun bestaande praktijkervaringen. In het tweede jaar ontwikkelden de docenten een aanpak en deze evalueerden en schaafden zij steeds bij. Het onderzoek volgde de principes van ontwerpend onderzoek (Plomp, 2013), waarbij cycli van ontwerpen, uitproberen, evalueren en bijstellen centraal stonden. Aan het einde van beide onderzoeksjaren vonden groepsinterviews plaats met de deelnemende docenten. In het tweede jaar zijn ook groepsinterviews gehouden met studenten van de betrokken opleidingen.
Studenten gaven aan dat zij zich meer gezien en erkend voelen doordat er ruimte is voor hun persoonlijke achtergrond, ervaringen en talenten. Ook docenten zagen dat studenten actiever deelnemen wanneer hun eigen ervaringen als vertrekpunt mogen dienen. Studenten durven vaker vragen te stellen, spreken zich gemakkelijker uit en ontwikkelen meer zelfvertrouwen. Studenten leren elkaar beter kennen, zien overeenkomsten én verschillen en ervaren meer ruimte om zichzelf te zijn binnen de opleiding. Dit kan vooral betekenisvol zijn voor studenten die zich aanvankelijk minder thuis voelen in het hoger onderwijs.
Voor het benutten van buitenschoolse kennisbronnen is een veilige leeromgeving essentieel. Studenten moeten erop kunnen vertrouwen dat zij persoonlijke ervaringen kunnen delen zonder dat daarover direct wordt geoordeeld. Dat vraagt om aandacht voor wederzijds respect, vertrouwen en psychologische veiligheid in de groep.
Ook de houding van de docent is belangrijk. Studenten delen meer wanneer docenten oprecht nieuwsgierig zijn naar hun ervaringen en wanneer zij zichzelf, waar passend, ook open opstellen. Een docent hoeft daarbij niet dezelfde achtergrond te hebben als studenten. Wel is het van belang om door te vragen, aannames uit te stellen en verschillende vormen van kennis serieus te nemen.
Verder blijkt dat een losse activiteit onvoldoende is. Als studenten bijvoorbeeld een verhaal, ervaring of talent delen, is het belangrijk dat dit vervolgens kan worden verbonden aan de leerdoelen, opdrachten, begeleiding of professionele ontwikkeling. Juist dat benutten maakt het verschil tussen interesse tonen en daadwerkelijk inclusief onderwijs vormgeven.
Tot slot kan de aanpak bijdragen aan community building: het versterken van onderlinge relaties en samenwerking in een groep. Wanneer studenten meer van elkaar weten en elkaars perspectieven leren begrijpen, kan dat leiden tot meer betrokkenheid, steun en een positiever pedagogisch klimaat.
De toepassing van Funds of Knowledge vraagt tijd, flexibiliteit en ruimte voor gesprek. Docenten ervaren daarbij soms belemmeringen, bijvoorbeeld door hoge werkdruk, een strak curriculum, vaste toetsvormen en beoordelingsrubrics. Deze voorwaarden kunnen het lastig maken om aan te sluiten bij wat studenten inbrengen.
Daarnaast maakt de benadering zichtbaar dat docenten invloed hebben op de vraag welke kennis en ervaringen als waardevol worden gezien. Niet alle kennisbronnen krijgen vanzelf evenveel erkenning. Docenten kunnen, vaak onbedoeld, vooral oog hebben voor ervaringen die aansluiten bij hun eigen referentiekader of bij bestaande opvattingen over professionaliteit. Reflectie op deze mogelijke bias is daarom een belangrijk onderdeel van de aanpak.
Een opvallende uitkomst is dat docenten al regelmatig elementen van deze benadering toepassen, vaak zonder dit expliciet Funds of Knowledge te noemen. Zij werken bijvoorbeeld met persoonlijke verhalen, visionboards, moodboards, muziek, gesprekken over cultuur, of ervaringen uit werk, sport en vrijwilligersactiviteiten. Studenten waarderen activiteiten waarin hun achtergronden en ervaringen een plek krijgen, maar geven ook aan dat zij deze nog maar beperkt tegenkomen in hun opleiding. Verdere verankering in het curriculum en in de professionalisering van docenten is daarom wenselijk.
Achbab, S., De Jong, M., Karssen, M. & Stronkhorst, E. (2026). Funds of Knowledge: inzetten op talentontwikkeling door het benutten van buitenschoolse kennisbronnen van studenten in het hoger onderwijs. Amsterdam: Hogeschool Inholland.
Contactpersoon
Merlijn Karssen
Zie ook
Kennisclips
Samenwerkingspartner
Hogeschool InHolland
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.