Van eiland naar ‘wij-land’
Invoering en effecten van een bestuursbrede professionaliseringsaanpak in het primair onderwijs
Invoering en effecten van een bestuursbrede professionaliseringsaanpak in het primair onderwijs
Meer focus op kerntaken in het onderwijs en beleidsspeerpunten, een betere benutting van individuele kwaliteiten, meer verantwoordelijkheidsgevoel voor de stichting als geheel, meer inbreng door kleinschaliger overleg, meer zelfvertrouwen, meer vertrouwen in de waarde van de eigen inbreng! Dit zijn opbrengsten die schooldirecteuren van de stichting Surplus noemen van de bestuursbrede professionaliseringsaanpak die men in 2012 in gang heeft ingezet.
Binnen Surplus, een schoolbestuur van ongeveer 30 po-scholen, is in april 2012 een driejarig innovatieproces gestart, met als titel ‘Bestuursbrede professionaliseringsaanpak Surplus’. Aanleiding was de wens om te gaan werken met een bestuursmodel, waarmee Surplus met één bestuurder, ondersteund door een stafbureau en alle directeuren, zonder een tussenliggende managementlaag, goed zou kunnen functioneren.
In de vernieuwing gaat verandering van de bestuursstructuur waarbij schooldirecteuren in kleinschaliger teams samen werken, hand in hand met professionalisering van de betrokkenen.
Men onderscheidt clusterteams en procesteams. In clusterteams ontwikkelen directeuren (en hun scholen) zich op bijvoorbeeld thema’s als onderwijskundig leiderschap en opbrengstgericht werken. De procesteams nemen elementen van het integraal leiderschap voor hun rekening in afstemming met de bestuurder en het stafbureau. Doel van de vernieuwing is de deskundigheid van de schooldirecteuren beter in te zetten op het niveau van de stichting Surplus als geheel.
Surplus heeft het Kohnstamm Instituut gevraagd het innovatieproces onderzoeksmatig te begeleiden. Met het onderzoek dat deel uitmaakt van het onderzoeksprogramma Kortlopend Onderwijsonderzoek 2013, wil Surplus meer inzicht in de werkbaarheid van het model, en de effecten ervan op de organisatie, de directeuren en hun scholen.
Sinds de start in het voorjaar van 2012 is er veel gerealiseerd; er is een nieuwe organisatiestructuur neergezet en een cultuurverandering in gang gezet. De bestuurder, de schooldirecteuren en het stafbureau werken conform het model dat op basis van de opgedane ervaringen met het werken in de alledaagse praktijk wordt doorontwikkeld. Er is groei, de betrokkenen zijn in beweging, op zoek naar verdere ontwikkeling van hun competenties en van de samenwerking.
Meer samenwerking, betrokkenheid en professionaliteit van de directeuren
Niet alleen de directeuren, maar ook de leden van het stafbureau zijn behoorlijk tevreden over het innovatieproces en wat dat teweeg heeft gebracht in termen van samenwerking, betrokkenheid, professionalisering, invloed op het beleid, verantwoordelijkheid en eigenaarschap. De professionaliseringsactiviteiten die zijn geïnitieerd, worden in het algemeen als zinvol ervaren. Er is geleerd via formele activiteiten, maar ook ontstaan in de cluster- en procesteams spontane leerprocessen. En er is niet alleen geleerd; het geleerde wordt ook toegepast in het werk. Een knelpunt vinden sommige directeuren de werkdruk die zij bij de nieuwe manier van werken ervaren; ook geeft men aan dat taakverdeling, werkwijzen en communicatielijnen nog niet altijd voldoende zijn uitgekristalliseerd en gestroomlijnd. Dit zijn aandachtspunten voor de komende periode.
Contactpersoon: Marjan Glaudé: mglaude@kohnstamm.uva.nl
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.