Wat weten we over AI, digitale geletterdheid en docentcompetenties?
Drie mapping reviews voor de Nationale Kennisagenda Onderwijs brengen beschikbare kennis en kennishiaten rond AI, digitale geletterdheid en docentcompetenties in kaart
Drie mapping reviews voor de Nationale Kennisagenda Onderwijs brengen beschikbare kennis en kennishiaten rond AI, digitale geletterdheid en docentcompetenties in kaart
Krepel, A., Gorissen, P., Schreurs, B., Vaessen, A., Van Zanten, M., Stronkhorst, E., & Uerz, D. (2026).
RAPPORT: 1155 ISBN: 978-94-6321-221-2
Hoe geven we vorm aan AI in het onderwijs? Hoe onderwijzen we digitale geletterdheid effectief, zonder dat verschillen tussen leerlingen groter worden? En hoe ontwikkelen en borgen we de digitale competenties van leraren? In dit rapport brengen drie mapping reviews de beschikbare wetenschappelijke kennis en kennishiaten rond deze vragen systematisch in kaart. Het rapport is opgesteld in het kader van de ontwikkeling van de Nationale Kennisagenda Onderwijs 2026–2030 van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO).
De drie vraagstukken zijn geselecteerd uit een bredere verkenning van vraagstukken rond digitalisering, na consultatie van externe expertgroepen. Daarbij is gekeken naar de bijdrage aan hoogwaardig onderwijs, de reikwijdte over sectoren en niveaus, en de bijdrage aan duurzame onderwijsverbetering. De achtergrond en onderbouwing van de bredere verkenning zijn opgenomen in deze publicatie, die naast deze drie vraagstukken ook digitale leermiddelen en werkvormen, technologie en ethiek, data-ondersteund onderwijs en digitaal welzijn beschrijft.
Voor elk vraagstuk is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur in ERIC en Scopus. De geselecteerde publicaties zijn gecodeerd naar inhoudelijke aspecten, onderwijssectoren, landen of onderwijsstelsels, typen onderzoeksvragen, onderzoeksmethoden en publicatietypen.
Gebruik van generatieve AI laat consistente positieve effecten zien op leeruitkomsten, vooral in het hoger onderwijs. Het is echter niet altijd duidelijk of dit het leerproces weerspiegelt of (deels) het eindproduct dat mét AI tot stand kwam, wat de gevonden effecten mogelijk vertekent. Begeleiding door de leraar blijkt cruciaal: zonder begeleiding daalt het effect bijna tot nul. Intelligent tutoring systems en pedagogische agents hebben eveneens positieve, zij het kleinere, effecten dan menselijke instructie. Onderzoek in het hoger onderwijs domineert: 80% van de geselecteerde studies zijn uitgevoerd in deze sector, terwijl mbo vrijwel afwezig is. Ook onderzoek naar de effecten van langdurig AI-gebruik op kritisch denken, naar beleid en governance, en naar digitale soevereiniteit is nog schaars.
Binnen digitale geletterdheid is computational thinking het best onderzocht, met duidelijke aanwijzingen voor effectieve aanpakken zoals scaffolding, project-based learning en samenwerkend leren. AI-geletterdheid is een jong onderzoeksveld waar nog weinig bekend is over effectieve aanpakken. We zien verder dat sociaaleconomische status samenhangt met digitale vaardigheden en dat het mbo in alle deelgebieden sterk ondervertegenwoordigd is.
Als het gaat om digitale competenties van leraren laten gevonden studies positieve effecten zien van professionalisering, maar het gaat daarbij vrijwel steeds om kortdurende, eenmalige trainingen. Of leraren die vaardigheden vasthouden en blijvend anders gaan lesgeven, blijft onbeantwoord door het ontbreken van longitudinaal onderzoek. Hoe scholen en het stelsel dit structureel kunnen verankeren, in beleid, leiderschap of doorlopende scholing, is nauwelijks onderzocht: de literatuur blijft grotendeels steken op het niveau van de individuele leraar.
Over de drie vraagstukken heen valt op dat het mbo systematisch onderbelicht blijft, dat langetermijnonderzoek nagenoeg ontbreekt, en dat onderzoek zich vaak concentreert in het hoger onderwijs of in onderwijsstelsels die verschillen van het Nederlandse. Vervolgonderzoek zou zich sterker kunnen richten op implementatie op school- en stelselniveau, op onderbelichte sectoren en groepen, en op de duurzaamheid van effecten.
Dit onderzoek is uitgevoerd met subsidie van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijsonderzoek (NKO), in het kader van de ontwikkeling van de Nationale Kennisagenda Onderwijs 2026–2030.
Krepel, A., Gorissen, P., Schreurs, B., Vaessen, A., Van Zanten, M., Stronkhorst, E., & Uerz, D. (2026). Digitalisering en technologische ontwikkelingen in het onderwijs: Mapping reviews Nationale Kennisagenda Onderwijs 2026-2030. Kohnstamm Instituut / HAN iXperium Centre of Expertise Leren met ict / Universiteit van Amsterdam. Rapport 1155.
Krepel, A., Gorissen, P., Schreurs, B., Vaessen, A., Van Zanten, M., Stronkhorst, E., & Uerz, D. (2026). Digitalisering en technologische ontwikkelingen in het onderwijs: Vraagstukbeschrijving Nationale Kennisagenda Onderwijs 2026-2030. Kohnstamm Instituut / HAN iXperium Centre of Expertise Leren met ict / Universiteit van Amsterdam. Rapport 1165. ISBN 978-94-6321-227-4.
Contactpersoon
Alexander Krepel
Zie ook
Wat weten we over omgaan met verschillen en didactische aanpakken?
Nationale Kennisagenda Onderwijs 2026–2030:
Pedagogische en didactische vakbekwaamheid
Digitalisering en technologische ontwikkelingen
Over de thema’s van de Kennisagenda
Samenwerkingspartners
HAN iXperium Centre of Expertise
Universiteit van Amsterdam
Kohnstamm Instituut doet onderzoek op het gebied van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp. Wij zijn gespecialiseerd in opdrachtonderzoek en komen voort uit de Universiteit van Amsterdam.