Benutten van thuistalen in het mbo om lees- en schrijfvaardigheid te bevorderen
In het voorjaar van 2024 is men binnen het Gezondheidszorg College van ROC Midden Nederland begonnen met de professionalisering van docenten in een PLG (Professionele leergemeenschap) genaamd ‘Taalsterk aan het werk’. Dit deden zij in samenwerking met het lectoraat Meertaligheid en Onderwijs van de Hogeschool Utrecht (looptijd april-juli ’24). Het doel van deze PLG was om docenten mee te nemen in hoe je de (meertalige) taalontwikkeling van studenten kunt bevorderen, en hen een kleine interventie op dit terrein te laten ontwikkelen en uitproberen in de praktijk.
In het najaar van 2024 is binnen hetzelfde college een vervolgproject gestart, genaamd ‘Taalsterk en meertalig aan het werk’ (looptijd november ’24-november ’25). In dit project is gewerkt met twee PLG’s: de PLG uit het eerste project en een nieuwe PLG van negen andere taal- en vakdocenten. In de twee PLG’s is verder ingezoomd op het bevorderen van de (meertalige) taalontwikkeling van studenten, aan de hand van inclusieve vakdidactiek. Docenten hebben op basis hiervan een eigen taaldidactische interventie ontwikkeld en geïmplementeerd. De professionalisering van deze docenten is (kwalitatief) onderzocht vanuit het lectoraat.
In het huidige project zullen ROC MN en het lectoraat Meertaligheid en Onderwijs van de Hogeschool Utrecht voortborduren op de geleerde lessen in de eerste twee projecten. Docenten binnen zes verschillende colleges krijgen professionalisering op het gebied van het benutten van talige diversiteit, op basis waarvan zij hun eigen taaldidactische interventie rondom meertaligheid ontwerpen, implementeren, evalueren en bijstellen. Deze interventies hebben als doel het bevorderen van de lees- en schrijfvaardigheid van studenten. Zowel vakdocenten als docenten Nederlands doen mee aan dit project.
Onderzoeksvragen
In dit onderzoek worden de effecten van de interventie onderzocht op de professionalisering van docenten en het studiesucces van studenten. Om de interventie in de toekomst optimaal te kunnen implementeren, moet ook duidelijk worden voor welke studenten het programma het beste werkt, onder welke omstandigheden de meeste vooruitgang wordt geboekt en wat de werkzame elementen zijn van de interventie. Deze kwesties zijn verdeeld in de volgende hoofdvragen.
- Wat is het effect van de interventie op de professionalisering van docenten?
- Wat is het effect van de interventie op het studiesucces van studenten?
- Welke werkzame mechanismen spelen een rol?
Onderzoeksmethoden
Het project combineert een quasi-experimentele voor-/nameting bij studenten en docenten, observaties en groepsinterviews met docenten en studenten. Het gebruik van verschillende onderzoeksmethoden stelt ons in staat om een breed inzicht te krijgen in de effecten van de aanpak. Daarnaast biedt het onderzoek inzichten in verklarende factoren gerelateerd aan de effecten en inzicht in de groepen studenten waar de effecten mogelijk groter of juist kleiner zijn.
Projectleider en andere betrokkenen
Régina Petit
Illa Carrión Braakman
Laura Meijer
prof. dr. Joana Duarte (Hoogleraar Onderwijswetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen)
Frederike Groothoff (expert meertaligheid, Langwhich)
Annet Hermans (procesbegeleider/onderzoeker, Onderwijsadvies en -onderzoek)
Subsidieverstrekker
NWO
Looptijd
maart 2026 – oktober 2028

